Robots flexibeler inzetten in MKB

Robots 2

In het ReApp project hebben onderzoeksinstituten, technologiepartners en eindgebruikers gewerkt aan methoden om robots ook voor het MKB interessant te maken.

Een efficiënt gebruik van robots met korte omsteltijden en een betere herbruikbaarheid van eenmaal ontwikkelde productieprocessen was het hoofddoel dat de projectpartners in ReApp zich ten doel stelden. Ze reageren daarmee op eisen die middelgrote ondernemingen aan robotsystemen stellen.

Deze ondernemingen produceren overwegend op order, zodat de tot nu toe meestal tijdrovende en kostbare inbedrijfstelling en programmering van robots niet altijd rendabel is. Maar ook ondernemingen met productie in grote series moeten in toenemende mate flexibel reageren op productvarianten en de daarmee samenhangende aanpassingen aan het robotsystemen sneller kunnen omzetten.

Doelstelling

Tot nu beperkten het sterk heterogene landschap van robotica- en automatiseringscomponenten, verschillende programmeertalen voor robots en het ontbreken van interfacestandaards de gewenste flexibiliteit.

Om deze hindernissen te overwinnen hebben de projectpartners in ReApp (net als bij het Android systeem voor smartphones) een ‘ecosysteem’ voor de robotica gecreëerd. Daarmee moet het totale ontwikkelingsproces van op robots gebaseerde automatiseringssystemen opnieuw worden gestructureerd. Het project liep 31 december ten einde, en medio december maakte het Fraunhofer-Institut für Produktionstechnik und Automatisierung (IPA) als coördinator de resultaten bekend.

Hergebruik

Tot de projectresultaten behoren opnieuw bruikbare apps voor robots, gebaseerd op het open Robot Operating System (ROS).

Een ander resultaat is de ontwikkelomgeving ReApp Workbench waarmee apps kunnen worden gemodelleerd. Dit vermindert de programmeerinspanningen, terwijl programmastructuren zoals in- en uitgangsinterfaces automatisch worden gegenereerd, Eenmaal ontwikkelde routines en complete procesverlopen kunnen aldus worden herhaald en tot nieuwe toepassingen samengevoegd.

De ReApp Ontologie is een soort catalogus met basiscategorieën en daarvan afstammende ondercatagorieën die een flexibele classificatie van apps, componenten en vaardigheden mogelijk maken, zodat deze snel terug te vinden zijn. Een bijkomend voordeel is dat de apps door de semantische toekenning in de ontwikkelomgeving al direct bij de aanmaak formeel worden getest. Hierdoor kunnen ROS softwarecomponenten ook zonder essentiële kennis van ROS worden gebruikt. De apps staan dan in een app-store klaar.

Op deze manier zou een systeemintegrator in de app-store bijvoorbeeld de semantische probleemstelling ‘picken vanaf een band’ invoeren en krijgt dan passende apps voor deze toepassing voorgeschoteld. Vervolgens kan hij met behulp van een editor de apps aanpassen, uitbreiden of voor zijn toepassing parametreren. Aanvullend aan de apps voor het picken vanaf een band is onder meerook een component ‘line tracking’ te kiezen, die de snelheid van de band bepaalt.

Integratieplatform

Verder behoort tot de ReApp-resultaten een gestandaardiseerde uitvoeringsomgeving, het zogeheten integratieplatform. Dit is een softwaresysteem in de robotcel dat voor verschillende applicaties, robots, sensoren en besturingen de respectievelijk benodigde softwarecomponenten automatisch klaarzet en configureert, Een op de cloud gebaseerde simulatieomgeving maakt het ontwikkelaars mogelijk nieuwe apps zonder gevaar en zonder beslag van materialen en energie te testen.

In het kader van ReApp zijn diverse demonstratiemodellen gebouwd, zoals ‘picken vanaf de band’ van Fraunhofer IPA.

Bron: The Factory Files

VSE

Advertisment ad adsense adlogger