Toezicht op Veiligheid en Gezondheid

Toezicht op veiligheid en gezondheid

Gesprek met Nathan Kuper van het Ministerie van SZW

Regels, normen, richtlijnen, besluiten, standaarden, wetten; er zijn nogal wat manieren om technieken, zaken, afspraken en procedures vast te leggen en een naam te geven. En ofschoon ze soms lastig te lezen zijn, zijn ze bovenal nuttig en zelfs onontbeerlijk om succesvol zaken te doen en - laten we dat niet vergeten - veiligheid te beheersen. In de procestechnische sector merk ik nogal wat verwarring over het gebruik van normen en richtlijnen. Reden om hier wat duidelijkheid in te scheppen en een gesprek te hebben met Nathan Kuper, projectleider proces­veiligheid bij Inspectie SZW. Toezicht op Veiligheid en Gezondheid.

De term richtlijnen in relatie tot CE, is misschien niet helemaal juist gekozen. Het woord richtlijn geeft een gevoel van vrije keuze terwijl het in dit kader wel degelijk wet is. Weliswaar voorgelegd door de Europese Unie (EU), maar wel opgenomen in de nationale wetgeving. In het Engels is het een “directive” een directief, wat toch al iets meer als voorschrift overkomt. In de CE-richtlijnen is vastgelegd waaraan de betrokken apparatuur moet voldoen met betrekking tot veiligheid, gezondheid en milieu voor gebruik in de lidstaten van de EU. Dus alleen als deze apparatuur in de EU wordt gebruikt. Daarbuiten zijn andere (nationale) regels van toepassing. De leverancier van de apparatuur heeft de plicht om de overeenstemming met de richtlijnen voor die apparatuur te regelen. De leverancier vraagt het weer van de fabrikant, maar in de meeste gevallen heeft de fabrikant dat al in het ontwerp meegenomen. De richtlijn geeft de regels aan en de technische realisatie is beschreven in standaarden of normen. De fabrikant stelt een zogenaamde Verklaring van Overeenstemming (VvO) met de richtlijnen op, benoemt daarin de toegepaste normen en plaatst de CE-markering op de apparatuur. De zakelijke gebruiker heeft de plicht om, indien van toepassing, uitsluitend CE gemarkeerde apparatuur aan te schaffen, relevant deskundig te zijn, en de gebruikers of medewerkers adequaat te informeren. Het gebruik is namelijk vaak door diezelfde normen aan bepaalde voorwaarden en procedures gebonden.

ATEX

Een praktisch voorbeeld is ATEX. Sinds 1989 is de Europese kaderrichtlijn 89/391/EEG van kracht met betrekking tot de gezondheid en veiligheid op het werk. Binnen deze kaderrichtlijn is sinds 1 juli 2003 een aanvullende richtlijn van kracht: ‘Bescherming van werknemers die blootgesteld worden aan de gevaren als gevolg van explosieve atmosferen.’ Deze laatste richtlijn, officieel 99/92/EG, wordt doorgaans ATEX 137 genoemd. De minimumeisen uit ATEX 137 zijn geïmplementeerd in de Nederlands wetgeving. In een ontploffingsgevaarlijke omgeving moeten aanvullende bijzondere eisen worden gesteld aan de inrichting van de arbeidsplaatsen en het gebruik van arbeidsmiddelen. De implementatie daarvan is gebeurd door een wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit*. In hoofdstuk 3, Inrichting Arbeidsplaatsen, is na artikel 3.5 een nieuwe paragraaf met zes nieuwe artikelen ingevoegd. Dit betekent dat vanaf 1 juli 2003 werkgevers een explosieveiligheidsdocument moeten opstellen en bijhouden. Dit document maakt deel uit van de schriftelijk vastgelegde RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie) en moet onder andere een gevarenzone-indeling bevatten van de werkplek met een ontplofbare atmosfeer. Voor deze indeling van een werkgebied in gevarenzones is de Nederlandse Praktijkrichtlijn ontwikkeld, de NPR 7910-1+C2:2009: Gevarenzone-indeling met betrekking tot ontploffingsgevaar - Deel 1: Gasontploffingsgevaar; gebaseerd op de norm NEN-EN-IEC 60079-10:2003. Voor het bepalen van het explosiegevaar van gassen is de NEN-EN-IEC 60079-20-1:2010 beschikbaar. Deze geeft de materiaalkarakteristieken voor gas en dampclassificatie.

De officiële ATEX richtlijn onder het CE-regime is op dit moment 94/9/EG, ook wel ATEX 95 genoemd. Deze richt zich op leveranciers en producenten die producten geschikt maken voor explosieve atmosferen, voor gebruik in de Europese unie. Om die producten aan de richtlijn te laten voldoen kan gebruik worden gemaakt van normen. Er zijn veel zogenaamde geharmoniseerde normen, maar een groot deel is ondergebracht in de IEC 60079 reeks, waarvan er hiervoor al enkele zijn genoemd. Als een fabrikant gebruik maakt van deze normen om zijn apparatuur aan de CE-richtlijn te laten voldoen, dan krijgt deze apparatuur een “vermoeden van overeenstemming” met de richtlijn en mag de CE markering worden aangebracht. De fabrikant kan een externe partij inschakelen om deze overeenstemming te controleren en die geeft bij akkoordbevinding een certificaat af. Bij hoogkritische veiligheidsvoorwaarden is in de richtlijn deze controle door een externe partij zelfs verplicht gesteld.

Toezicht

Op welke wijze heeft het Ministerie van SZW, of meer specifiek de Inspectie SZW, daarin een rol? Nathan Kuper: ‘Ons kader in dezen is de wet. De uitvoering gebeurt via de norm, bijvoorbeeld de Nederlandse Praktijk Richtlijn 7910, die overigens geen wet is maar een leidraad. Onze overheid stelt weinig regels, want men wil de praktische uitvoering voor de bedrijven niet geheel dichttimmeren. Soms is dat wat lastig voor de controle, maar het maakt het in het algemeen makkelijker uitvoerbaar. De bedrijven hebben daarin hun eigen verantwoordelijkheid. Het Rijk werkt niet mee aan de ontwikkeling van de normen maar wel aan de richtlijnen, want die hebben een wetgevend karakter.’

Wat doet de inspectie?

Mag u de werkgevers adviseren? Kuper: ‘Veel bedrijven vragen aan ons hoe zij het moeten doen. Maar dat mogen wij niet zeggen, dat is niet onze verantwoordelijkheid. De bedrijven zijn aansprakelijk voor hun eigen risico en moeten dat aantoonbaar op een acceptabel niveau hebben gebracht. Wij zijn handhavers, wij zien erop toe dat dit ook is gebeurd. In totaal werken er bij de Inspectie SZW 1000 mensen en voor de handhaving van de Arbowet zijn we met 250 personen. We zijn onze taken en diensten wel aan het veranderen. Via drie nieuwe initiatieven proberen we het voor de bedrijven eenvoudiger te maken. Dat zijn: communicatie, ketens en publicatie. Door middel van communicatie geven we de werkgevers uitleg over risico’s bij gevaarlijke stoffen. We hebben een nieuwe website www.zelfinspectie.nl/gevaarlijkestoffen, waarmee in vier stappen bekeken kan worden of een bedrijf gezond en veilig werkt met gevaarlijke stoffen. Die vier stappen zijn respectievelijk inventariseren, beoordelen, maatregelen en borging. Maar natuurlijk begint gezondheid en veiligheid met een gezond verstand.

Een tweede initiatief is het druk zetten op bedrijven en hun verantwoordelijke personen middels ketens, door gebruik te maken van brancheorganisaties, verenigingen en netwerken. We informeren de mensen daar over ervaringen met incidenten en specifieke risico’s in de sector. Soms komen bijzondere “bijna-ongelukken” of kleine afwijkingen aan het licht, die leerzaam zijn voor andere partijen in hetzelfde segment. We zijn ervan overtuigd dat daarmee het aantal incidenten wordt verlaagd.

Als derde initiatief zijn we in overleg om de resultaten van onze inspecties te gaan publiceren. De wet staat dat nog niet toe, maar we denken dat we door middel van deze informatie de markt kunnen waarschuwen en bewust maken.’

Normen

Welk algemeen advies kunt u geven? ‘Het toepassen van de standaardtechnieken blijft enorm belangrijk. Die zijn om goede redenen uitgedacht en met behulp van praktische ervaringen bijgeschaafd en verbeterd. Veel aspecten spelen een rol bij het opstellen van regels en deze komen dan ook niet in één keer tot stand. Als zoveel mogelijk belanghebbende partijen hun goedkeuring hebben gegeven aan de technieken of regels, dan kunnen ze in een norm worden vastgelegd en uitgegeven. Goede kennis van de relevante normen is essentieel, want daarmee wordt doorgaans het kader bepaald. Tegelijk is het niet onbelangrijk om op de hoogte te zijn van de technische en normontwikkelingen. Uiteraard geldt dat ook voor ons. Wij volgen nauwgezet wat er op de voor ons belangrijke gebieden plaatsvindt, welke veranderingen worden toegepast en hoe de bedrijven met deze ontwikkelingen omgaan. We volgen cursussen en seminars en dragen ook met de verspreiding van kennis ons steentje bij. Maar, zoals ik al eerder zei, we zijn dus niet betrokken bij de normontwikkeling.’

BRZO en ARIE

Op het gebied van arbeidsveiligheid bestaat voor bedrijven die grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen produceren, verwerken, opslaan of transporteren het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en voor kleinere bedrijven is er een aanvullende regeling: de ARIE-regeling. Dit is feitelijk een Aanvullende Risico-Inventarisatie & Evaluatie met betrekking tot de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen, en kent vergelijkbare verplichtingen. Kuper: ‘Gesteld kan worden dat grotere bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen veelal te maken hebben met het BRZO en de kleinere bedrijven met de ARIE-regeling. Om bedrijven te helpen bij het bepalen of ze onder de ARIE-regeling vallen, hebben we voor de vaststelling een rekentool ontwikkeld. Meer informatie over de ARIE en de BRZO vindt u op het Arboportaal www.arboportaal.nl/onderwerpen/arie-en-brzo.

In Nederland zijn zo’n 450 BRZO bedrijven en ongeveer 400 ARIE bedrijven. Het huidige BRZO besluit is gebaseerd op de Seveso II richtlijn. Per 1 juni 2015 is de nieuwe Seveso III richtlijn in het besluit opgenomen. Dat heeft geen grote veranderingen tot gevolg, de wijzigingen zijn vooral gericht op het verduidelijken van de handhaving. De voornaamste verandering is de aanpassing van het classificatiesysteem voor gevaarlijke stoffen. Die zal meer aan de Europese CLP-regelgeving (Classification, Labelling and Packaging) worden aangepast. Het is wel zaak dat de BRZO bedrijven deze nieuwe classificatie toepassen op de eigen situatie. Wij zien toe op deze implementatie.’

Mag Inspectie SZW een installatie stilleggen? Nathan Kuper: ‘SZW mág stilleggen, maar alleen als er een serieus vermoeden bestaat van een “ernstig gevaar voor personen”. We moeten dat duidelijk aangeven en aansluitend zal de productie of het proces moeten worden gestopt. Gelukkig komt dat niet al te vaak voor. De bedrijven nemen hun risico-verantwoordelijkheden in het algemeen heel serieus. Maar helaas gaat het af en toe nog wel mis en dan zorgen we middels een uitgebreid onderzoek voor vernieuwd inzicht in die specifieke processituatie. Procesveiligheid staat hoog in het vaandel. We streven natuurlijk bovenal naar veilige arbeidsomstandigheden!’

[tabs] [tab title="Inspectie en Competentie"] Inspectie en Competentie

Boek-Explosieveiligheid-in-het-Procesveld-150x150 Inspectie SZW ziet onder andere toe op de goede toepassing van de ATEX 137 door de eindgebruikers. Deze ATEX richtlijn vereist van de werkgever aandacht voor explosierisico, een veilige werkplek voor werknemers en gedegen kennis van relevante regelgeving. Met name deze kennis blijkt bij de medewerkers van de bedrijven in het algemeen onvoldoende. Goede scholing, het bijwonen van seminars, het deelnemen aan werkgroepen en het lezen van studiemateriaal dragen aantoonbaar bij aan gerichte kennisverrijking. Dat geldt uiteraard ook voor het onderwerp explosieveiligheid. Onlangs is een boek over explosieveiligheid in de procesindustrie verschenen. Het is van de hand van Sikko de Jong sr., die eerder ook het succesvolle boek ‘Instrumentatie in het procesveld’ heeft geschreven. Sikko de Jong heeft, door zijn jarenlange werkervaring bij een groot olie- en gasbedrijf, diepgaande kennis van ATEX, zowel voor wat betreft de wettelijke regels als de technische toepassing in de installatie. Het zogenaamde ‘gele boekje’ is geschreven om de lezer een praktisch inzicht te geven in de toepassing van explosieveiligheid, ATEX en IECEx. Het behandeld onderwerpen als de regelgeving, diverse beschermingstechnieken, de markering en CE codes, aanpak bij niet-elektrische apparatuur, ATEX en machinerichtlijn, IECEx en de koppeling tussen ATEX en SIL. Allemaal nuttige onderwerpen die luchtig en begrijpelijk zijn beschreven. In navolging op het instrumentatieboekje is de titel van dit handzame boekje ‘Explosieveiligheid in het procesveld’.

[button url="http://www.atexboek.nl" color="red" size="small" target="blank"] Bestel het boek [/button] [/tab] [tab title="Noot"]

Besluit van 19 juni 2003 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit houdende regels betreffende explosieve atmosferen is gepubliceerd in Staatsblad 2003, 268.

[/tab] [/tabs]
Dossiers