Industry 4.0 in een veranderende markt

Industry 4.0 in een volatiele markt

Industry 4.0: marktontwikkelingen volgens Turck CEO Christian Wolf

In Duitsland laat de conjunctuur al 2 kwartalen een neerwaartse trend zien. En ook kwartaal 3 belooft niet veel goeds. Hoe anders was dat nog begin dit jaar. Wat moet je als technologiebedrijf met dat afwisselend juichen en huilen van de markt? En wat betekent dit voor een thema als Industry 4.0?

Turck is altijd een fijne plek om periodiek een portie getallen op te halen. Enerzijds omdat het een Duits bedrijf betreft en onze industrie nu eenmaal onlosmakelijk met die van onze oosterburen verknoopt is. Anderzijds omdat CEO Christian Wolf marktcijfers als techneut goed kan uitleggen en het familiebedrijf wereldwijd in vele sectoren actief is. Het levert een mooie vogelvlucht plaatjes voor een wat langere -termijn die houvast geven in een turbulente tijd.

Op en neer

Wie de economische grafieken van de periode 2000-2008 bekijkt, ziet op het eerste gezicht niets bijzonders. Cyclische ‘business as usual’ met te verwachten amplitudes en perioden. Maar doe hetzelfde voor de jaren vanaf 2008 en je zou er nerveus van worden. Wolf: ‘Ik heb als bedrijfsleider nog niet eerder zo’n volatiele periode meegemaakt als die van na de financiële crisis. Het heeft direct impact op de verkoop in een bepaalde periode, maar ook op wisselkoersen. Dit soort fluctuaties is lastig te managen en vergt voor mkb bedrijven meer economische kennis om hier op een goede manier op te anticiperen.’

Bottom line

Is Industry 4.0 het antwoord op al deze beweeglijkheid? Wolf: ‘Natuurlijk moet je ook in een volatiele markt kijken naar de lange termijn. Het slim omgaan met een steeds slimmere wereld hoort daar bij. Maar uiteindelijk is ook elke Industry 4.0 stap een economische afweging. Wat levert de investering op en in welke tijd is hij terugverdiend? Zelf leveren we natuurlijk wel de producten die nodig zijn in de Smart Factory, zoals RFID, veldbustechniek en connectors. Dat doen we al langer. Sterker nog, het zijn belangrijke groeiers in ons assortiment. Voor de klant is doorslaggevend of de investering in nieuwe technieken genoeg rendement oplevert. En dat kun je van zoiets abstracts als Industry 4.0 moeilijk zeggen. Positief aan Industry 4.0 is wel dat de ‘Digitale agenda’ werk gaat maken van de IT infrastructuur in Duitsland. Belangrijk is een versnelde uitbouw van het telecomnetwerk. Ook op het gebied van M2M communicatie moet er nog veel gebeuren.’

Turck getallen

Turck behoort tot de grote groep van familiebedrijven die zo kenmerkend is voor de Duitse industrie. Zelf rekent het zich tot de ‘mittelständische Betriebe’, zeg maar het mkb. Met een omzet van 470 miljoen euro en 3500 medewerkers hoort het voor Nederlandse begrippen eerder in een hogere divisie thuis. Maar minstens zo belangrijk is te melden hoe het met Turck gaat. Voor Turck blijft de Duitse thuismarkt belangrijk, onder meer vanwege de omzet en de innovatie die daar plaatsvindt. In het afgelopen jaar groeide de omzet in Duitsland met 10%. De groei in heel Europa bedroeg 4%, in de USA 6%, Zuid-Amerika 10% en in Azië kwam de groei niet verder dan 1%. 
 De Afrikaanse markt kromp 5%. Uitschieters waren Polen en Rusland met +40%, waar vooral olie en gas goed waren voor 80% van de omzet. Ook de USA is met klanten als GM en Apple voor Turck erg belangrijk. De belangrijkste productgroepen van Turck zijn van oudsher de positie- en benaderingssensoren waarvan de groei nu afvlakt. Sterk groeiend zijn de lineaire positiesensoren, encoders en connectoren; deze groeiden vorig jaar met meer dan 20%. Ook in veldbustechniek en RFID is sprake van stabiele groei. In de periode 2012-2016 investeert Turck voor 100 miljoen euro in onder meer een complete SAP integratie, een nieuw hoofdkantoor in Mülheim, en productielocaties en uitbreidingen in USA, Mexico en Duitsland.

Er wordt wat afgepikt in de industrie. Dat bleek althans uit een rapport dat de VDMA onlangs presenteerde. Het kost de Duitsers een kleine 8 miljard euro per jaar. ‘71% van alle ondernemingen zegt te maken hebben gehad met plagiaat’, zegt Steffen Zimmermann van de VDMA. ‘In totaal kost het de Duitse industrie 7,9 miljard euro per jaar, wat overeenkomt met zo’n 38.000 arbeidsplaatsen. Een behoorlijk serieuze strop dus, waar met enkele vaak eenvoudige maatregelen al een hoop tegen te doen is.’

Kopieerkampioen

Zimmermann stelt de VDMA leden – en dat zijn nogal wat machinebouwers bij elkaar – al enkele jaren diverse vragen over productpiraterij. Het blijkt dat houtbewerkingsmachines en textielmachines het meest getroffen worden, maar liefst 92%. Het minst getroffen worden de werktuigmachines, met een nog steeds respectabel aandeel van 57%. Er worden hele machines gekopieerd, maar meestal – in 64% van de gevallen – gaat het om specifieke onderdelen.

Wie pikt toch al dat intellectueel eigendom? De Chinezen? Jazeker. Maar liefst 72% van de ondervraagden legt de schuld bij deze kopieerkampioen. Maar onderschat de Duitsers zelf niet, want in 26% van de gevallen gaat het gewoon mis in eigen land. Zimmermann doet er een relativerend schepje bovenop. ‘Wist u dat 95% van de plagiaatgevallen in China een gevecht van Chinezen onderling betreft? En als we het over Duitsland hebben is er een vorm van piraterij die niet in de statistieken naar voren komt. Geen bedrijfsspionage, geen reverse engineering, maar het intellectueel eigendom dat gewoon via de eigen werknemer de deur uitloopt.’ Volgens Zimmermann is deze groep vaak onderdeel van een gefrustreerd middenkader dat geen groeikansen meer heeft en zijn geluk eens bij de concurrent beproeft. In zo’n geval hoeft het nog niet eens om gestolen gegevens via USB stickjes te gaan. Vaak is er genoeg IP gerelateerde kennis in de grijze massa opgeslagen.

Hoe komt het dat de schade van productpiraterij in de miljarden loopt? Sommige kosten liggen voor de hand. Inkomsten die worden misgelopen doordat de goedkopere kopie ergens anders wordt gekocht en de lastiger te kwantificeren imagoschade. In het geval van de machinebouw noemt Zimmermann nog een belangrijk post: de vervangingsonderdelen. ‘Bij veel machinebouwers wordt het geld verdiend door de verkoop van spare parts en onderhoud aan machines. Niet alleen loopt de machinebouwer geld mis als deze reserveonderdelen niet bij hem worden gekocht, ook gaan machines stuk als er verkeerde onderdelen worden gebruikt. In zo’n geval klopt de eindgebruiker bij de machinebouwer aan om verhaal te halen. Voordat de diagnose ‘had je maar geen kopie moeten kopen’ gesteld kan worden, zijn er vaak al hoge kosten gemaakt.’

Wat doe je er aan?

Het tegengaan van plagiaat lijkt een lastige zaak. Veel bedrijven weten niet waar ze moeten beginnen. Zelfs met het recht aan je zijde en diverse meldpunten, is het vooral buiten de Europese Unie lastig dit recht ook te halen. Tegenwoordig zijn er gelukkig ook steeds meer technische oplossingen. Het markeren van kritieke onderdelen met RFID bijvoorbeeld. Een onderdeel krijgt een unieke identiteit en de machine werkt alleen met de juiste component. Niet geheel toevallig presenteert Turck hiervoor een mooie oplossing.

Zimmermann: ‘In een wereld waar IT ook in de machinebouw een steeds belangrijkere rol speelt en steeds meer componenten een eigen identiteit in het netwerk krijgen, komen er ook steeds meer mogelijkheden voor bescherming. Het is dan wel zaak dat beveiliging al in de ontwikkelfase wordt meegenomen en er niet aan het eind maar even wordt ‘aangeplakt’.’ Behalve het rapport publiceerde de VDMA ook een leidraad die machinebouwers helpt het onderwerp IP bescherming structureel aan te pakken. Beide documenten zijn te verkrijgen via de website van de VDMA.