Regelklep ja of nee?

Willem van der Bijl

Ooit leerde ik dat regelkleppen geen afsluiters zijn. Nadien heb ik dat zoveel gehoord dat het wel waar moet zijn. Het is ook verklaarbaar. De regelklep is vooral ontworpen om een regelbare hoeveelheid product te hebben en liefst zo lineair mogelijk van 0 naar 100%. Meestal worden daar lineair bewegende kleppen met plug en zitting voor gebruikt. Die bieden een goede regelkarakteristiek. Naarmate de plug verder van de zitting komt, is de doorlaat groter en dus stroomt er meer product. Vergelijk de waterkraan thuis, ook een lineaire regelklep. Het is in te zien dat met verandering van de doorlaat ook de druk over de klep varieert. Hoe kleiner de doorlaat des te groter de drukval. Deze is maximaal als de klep is dichtgezet. De volle procesdruk probeert de plug van zijn zitting te heffen. Een grote kracht, gecombineerd met een goede passing van de plug in de zitting, is nodig om het product niet door te laten lekken. Slijtage door de productstroming maakt dat de afdichting geleidelijk aan minder goed afsluit. Een goede afsluiter is bijvoorbeeld een kogelkraan. De kogel-met-gat geeft in het algemeen een goede afdichting met een lekklasse die gemakkelijk IV of V bereikt. Tegelijkertijd is de doorlaat in open stand doorgaans gelijk aan de leidingdiameter en biedt daarmee geen obstructie. Zelfs de leiding reinigende ‘pig’ gaat er soepel doorheen. Maar de standaard kogel heeft een slechte regelkarakteristiek. Dus open of dicht.

Eigenlijk zijn er geen regelkleppen nodig in de procesindustrie. Qua energiegebruik, over verbruik, is het gebruik erg ongunstig. Om een product door een leiding te laten stromen heb je ‘procesdruk’ nodig dus wordt een pomp gebruikt. Deze zet druk op de leiding en ‘duwt’ het product tegen de regelklep aan die de doorlaat van het product ‘knijpt’ om de juiste hoeveelheid te krijgen. Een mooi alternatief is dat de regelklep wordt weggehaald en/of vervangen door een afsluiter en de pomp wordt vervangen door een ‘regelende pomp’. Bij een gunstige pompkarakteristiek kan via het toerental een geschikte producthoeveelheid worden verpompt. Op die manier wordt de elektromotor alleen op de gewenste producthoeveelheid aangestuurd. De moderne digitale technologie en frequentieregelingen maakt dit een efficiënte manier van procesbesturing. En het bespaart de investering in regelkleppen. Twee vliegen in één klap. Misschien een overweging om dit mee te nemen bij de eerstkomende stop.

Willem van der Bijl