Geen internet

Willem van der Bijl

Enkele weken geleden merkte ik dat ik thuis geen internetverbinding had. Een telefoontje naar onze provider maakte duidelijk dat onze verbinding tijdelijk door hen was geblokkeerd. Een van onze met-internet-verbonden apparaten had kennelijk een virus of bacterie opgelopen, waardoor deze al brakend het internet aan het vervuilen was met een grote hoeveelheid spamberichten. Dat was de provider opgevallen en dus had hij ons afgesneden.

Aan de ene kant is het goed dat hiermee voorkomen wordt dat virussen op deze manier viraal gaan. Het is aangetoond dat verspreiding zeer snel kan gaan. Soms willen we hele snelle verspreiding, niet van virussen, maar van marketingboodschappen. Heerlijk als de teller van het aantal kliks na een dag het miljoen al voorbij is. Het is een sport geworden. Maar helaas is het ook een sport om miljoenen mensen te bereiken met valse berichten over betalingsachterstand bij gerenommeerde bedrijven of niet-betaalde bekeuringen. Wellicht dat enkele mensen in deze vervuiling trappen waarmee de hacker al snel heel blij is. Goed dat er cyber-bescherming is.

Aan de andere kant was het heel lastig dat we geen internet hadden, temeer daar we ‘digitale thermostaatkranen’ hebben die zonder internet blijkbaar hun programma niet vervolgen. Het bleef de volgende ochtend koud in huis. Gelukkig waren ze wel handmatig te bedienen, maar de afhankelijkheid van internet werd ons wel duidelijk. Een bijkomende tekortkoming was dat de provider een mailtje had gestuurd waarin de blokkade was gemeld. De dienstdoende telefonist van onze provider vroeg me of ik dat mailtje had ontvangen, zich kennelijk onbewust van het feit dat ik zonder internet geen mail kon ontvangen. ‘Had ik dan geen alternatief’, werd me gevraagd. Het mailtje bevatte een stappenplan met een downloadbare app om de zieke pc te onderzoeken en de juiste medicijnen toe te dienen. Het is een dilemma: geen internet en een app downloaden. Enfin, ik heb een en ander via de hotspot van mijn telefoon kunnen ophalen en het apparaat kunnen onderzoeken. Maar liefst drieëndertig in quarantaine geplaatste bedreigingen. Dus de actie was niet voor niets en inmiddels zijn we weer verbonden.

Het is duidelijk, de afhankelijkheid van internet is groot. Inmiddels is het een primaire levensbehoefte. De piramide van Maslow, die hij al in 1943 bij zijn motivatietheorie publiceerde, heeft er een zesde laag bij. De piramide zou moeten beginnen met de allereerste behoefte: de internetverbinding, en dán pas de ‘lichamelijke behoefte’. Het begint er wel op te lijken. Apparaten met ‘communicerende software’ maken het leven gemakkelijk. Kunnen we nog zonder de smartphone? We hebben er duizenden jaren over gedaan om als mens rechtop te gaan lopen, maar de smartphone is ons weer terug aan het krommen. Of we nu lopen, zitten, staan of zelfs liggen; we buigen voorover om met het scherm te kunnen interacteren. Geen zicht meer op de omgevende wereld. Als we maar in verbinding zijn, liefst met 5G, zo snel mogelijk. Ik dacht dat het bij mij persoonlijk wel meeviel, totdat de verbinding thuis was geblokkeerd…

Willem van der Bijl