Nederland in transitie: van exporteur naar importeur van aardgas

analyses voor aardgas

Netto-importeur van Aardgas

Ons land kan al over vier tot zes jaar netto-importeur zijn van aardgas. Dat is aanzienlijk sneller dan tot nu toe door deskundigen werd aangenomen. Daarmee komt een einde aan vijftig jaar netto gasbaten. Wat betekent dit voor de positie van ons land, de leveringszekerheid, de energietransitie? TNO deed onderzoek en publiceerde de conclusies in het whitepaper ‘Van exporteur naar importeur – de verander(en)de rol van aardgas in Nederland’.

Een mogelijk scenario is volgens TNO dat de al sterk gereduceerde productie in Groningen na 2020 verder wordt afgebouwd, het exploratiepotentieel niet langer benut en wat er nog in de grond zit dus niet wordt gewonnen. Ook de aardgasproductie uit de kleine velden neemt af. Daardoor komt de importafhankelijkheid snel dichterbij. Onderzoeker Lucia van Geuns: “Op zich is aardgas importeren niks bijzonders. We bevinden ons straks in dezelfde positie als andere EU-landen, die voor hun aardgas afhankelijk zijn van het buitenland. De leveringszekerheid moet worden gewaarborgd door import uit de internationale aardgasmarkt. Die kent drie smaken: vloeibaar gas LNG, en gas via pijpleidingen uit Rusland en Noorwegen. Het aanbod van aardgas op de wereldmarkt is groot en de prijzen zijn momenteel relatief laag. Geen probleem dus voor ons land, zo lijkt het. Toch staan we op korte termijn voor een paar belangrijke uitdagingen.”

Investeren in conversie en opslag

Van Geuns doelt daarmee op de keuze voor het op grotere schaal aanmaken van pseudo-Groningen gas en de behoefte aan een efficiënter netwerk van kleine gasopslagen verspreid door het land. Aardgas uit het buitenland is per definitie hoogcalorisch. Het gas uit Groningen, waar onze gasfornuizen, cv-ketels, kleine industrie en glastuinbouw gebruik van maken, is laagcalorisch. Import betekent daarom noodgedwongen investeren in installaties waarin hoogcalorisch gas wordt gemengd met stikstof om het voor onze fornuizen en andere apparatuur geschikt te maken. Ons land beschikt al over zulke faciliteiten, omdat aardgas uit onze kleine velden ook hoogcalorisch is. Maar de huidige capaciteit voor conversie moet bij grootschalig geïmporteerd gas fors worden uitgebreid. Het enige alternatief is ketelinstallaties van huishoudens en kleine bedrijven versneld ombouwen naar hoogcalorisch aardgas. Dat is organisatorisch en financieel minder voor de hand liggend.

Flexibiliteit richting energietransitie

“De echte uitdaging zit in het flexibiliteitsvraagstuk”, zegt Lucia van Geuns. “Wie heeft de regie in handen van de leveringszekerheid van aardgas tijdens de energietransitie en wie bepaalt de flexibiliteit in de energievoorziening op het moment dat hernieuwbare energie een groter deel uitmaakt in de nationale energiemix? De overheid zal de omschakeling van exporteur naar importeur moeten faciliteren en er adaptief beleid voor voeren zodat de markt duidelijkheid heeft voor de langere termijn. Roepen dat we snel van het gas af moeten klinkt stoer, maar is op korte termijn niet haalbaar.” De gewenste energietransitie kan ook wat TNO betreft niet snel genoeg gaan, maar we moeten wel realistisch blijven. “Aardgas zal richting de toekomst van een leidende rol steeds meer een volgende rol krijgen in dienst van de energietransitie. Bij nieuwbouw komen er geen gasaansluitingen meer, maar voordat het uit de rest van Nederland is verdwenen, zijn we vele jaren verder. Vandaar de noodzaak te investeren in conversie en opslag al naar gelang het scenario voor importafhankelijkheid.” Voor deze scenario’s zijn volgens TNO drie factoren van belang: het onzekere en beperkte aanbod van het Groningenveld in de toekomst; het verwachte aanbod uit de kleine velden en het verwachte aardgasverbruik in Nederland.

Financiële prestatie

Het teruglopen van de staatsinkomsten na het grotendeels dichtdraaien van de kraan in Groningen is fors. Nog maar een paar jaar geleden leverde het aardgas ons nog zo’n dik tien miljard euro per jaar op. Dat is nu al minder dan twee miljard. In 2013, het jaar na de grote aardbeving in Huizinge, droeg aardgas nog voor bijna vijf procent bij aan de staatsbegroting. In 2017 is het aandeel van de aardgasbaten minder dan één procent. “Deze opmerkelijke ontwikkeling heeft zich vrijwel in stilte voltrokken. Een financieel uitzonderlijke prestatie. Het geeft aan dat we de omslag als land aankunnen.”

Toekomstbestendig energiesysteem

Maar psychologisch ligt dat anders, melden zelfs onderzoekers van het Oxford Institute for Energy Studies in een recent rapport. Lucia van Geuns: “We begeven ons op totaal nieuw terrein. Generaties zijn opgegroeid met het idee dat aardgas een onuitputtelijke bron uit eigen bodem was. De aardbeving in Huizinge betekende een keerpunt in het aardgas productiebeleid. Los van het wellicht onwennige gevoel dat ‘we’ voor het eerst afhankelijk worden van derden en dat de veranderde verhouding tussen laag- en hoogcalorisch gas consequenties heeft voor de binnenlandse energievoorziening, biedt deze situatie een uitgelezen mogelijkheid om een toekomstbestendig energiesysteem te realiseren.”

Bron: TNO

Advertisment ad adsense adlogger