Siri en Alexa onder Brussels vuur.

De technologiesector kan zijn borst natmaken voor een nieuw groot mededingingsonderzoek van de Europese Commissie. Het dagelijks bestuur van de EU liet weten dat het gaat kijken naar de markt achter apparaten die via het internet met elkaar kunnen communiceren, ook wel 'internet der dingen' genoemd.

'Hallo Siri, hier is Brussel'

 

Brussel gaat zijn pijlen richten op de zogenoemde 'digitale assistenten', die consumenten kunnen helpen bij het kiezen van muziek of het plaatsen van een internetbestelling. Deze assistenten zijn via stemgeluid oproepbaar en winnen aan populariteit door hun gebruiksgemak. Volgens de Europese Commissie vormen deze hulpmiddelen het centrum van het 'internet der dingen'.

Als deze nieuwe markt inderdaad te maken krijgt met ingrepen vanuit Brussel, dreigt opnieuw een grote botsing met de machtigste bedrijven in Silicon Valley. Amazon en Google hebben speciale apparaten ontwikkeld die luisteren naar de namen Alexa en Google Assistant. Apple heeft voor iPhone-gebruikers zijn dienst Siri. De grote techbedrijven zien er veel brood in, omdat ze zo een toegangspoort kunnen zijn tot vele (commerciële) diensten.

Het potentieel van deze slimme apparaten is 'ongelooflijk', erkent de Europese mededingingscommissaris Margrethe Vestager. Maar ze benadrukt tegelijkertijd het belang van open en concurrerende markten. 'Concurrentie op digitale markten kan heel fragiel zijn. Als grote ondernemingen hun macht misbruiken en markten voorbij een kantelpunt duwen, verandert concurrentie in monopolie.'

Vestager vreest bijvoorbeeld dat consumenten bij een vraag aan een spraakassistent nog maar één optie voor een product gepresenteerd krijgen tegen een veelvoud bij een traditionele zoektocht op internet. Een groot techbedrijf achter een spraakassistent kan zo aan koppelverkoop doen en concurrenten benadelen.

Woelig strijdterrein

Vestager heeft de afgelopen jaren al miljardenboetes uitgedeeld aan Google wegens machtsmisbruik. Tegen Amazon en Apple lopen nog mededingingsonderzoeken. Bij Apple is tevens geprobeerd om listige belastingconstructies aan te pakken. In deze zaak, waarin €13 mrd op het spel stond, leed de Commissie een zware nederlaag.

De Europese Commissie leek gewoon weer de draad te willen oppakken. Ze zei het vermoeden te hebben dat bedrijven bij het 'internet der dingen' toegang tot data beperken en dat ze hun technologieën te veel beschermen. Daarmee zouden bedrijven concurrenten buitenspel kunnen zetten. Vestager heeft al herhaaldelijk haar zorgen uitgesproken dat commercieel interessante data bij een klein aantal partijen belanden.

Eerste resultaten volgend voorjaar

Het Brusselse onderzoek kan de basis zijn voor procedures om machtsmisbruik van betrokken bedrijven aan te pakken. Nu gaat het eerst om het vergaren van 'marktinformatie'. De Europese Commissie verwacht volgend voorjaar haar voorlopige bevindingen te publiceren. In de zomer van 2022 moet er een definitief rapport liggen.

De Commissie gaat bij ongeveer vierhonderd bedrijven informatie opvragen. Dan gaat het niet alleen om producenten van apparaten die met het internet kunnen communiceren, maar ook om partijen die technologieën ontwikkelen om de communicatie mogelijk te maken.

Van koelkast tot smartwatches

Volgens Vestager gaat het om een markt met 'eindeloze mogelijkheden'. Ze haalt het bekende voorbeeld van een koelkast aan die een boodschappenlijstje maakt en dat vervolgens via de mobiele telefoon van de huisbewoner doorstuurt naar een supermarkt.

Maar de markt is veel groter. Denk alleen al aan verlichting die via tablets of telefoons kan worden aangestuurd. Of aan slimme horloges en fitnesstrackers. Producenten verzamelen daarbij veel informatie over de gebruikers. Google kocht eind vorig jaar nog Fitbit voor $2,1 mrd, een overname die de Europese Commissie al onderzoekt. Het bedrijf is ook eigenaar van Nest, dat slimme thermostaten op de markt brengt.