Onderzeeboten vol Nederlandse techniek

onderzeeboten onderzeeboot

Onderzeeboten en techniek

Nederlandse bedrijven zijn geweldig goed in het maken van onderzeeboten. En trouwens, ook in de bouw van andere marineschepen. Het is alleen nog even spannend of al die kennis straks niet verloren gaat.

Ze zijn meestal aan het zicht onttrokken. En misschien juist daardoor spreken ze tot de verbeelding. Niet voor niets duiken onderzeeboten vaak op in spannende films. In de dik 25 jaar dat ze in bedrijf zijn, hebben de onderzeeërs uit de Walrus-klasse het nooit geschopt tot een rol in een cinema-bestseller. Maar in Defensiekringen in binnen- en buitenland heeft deze in ons land ontwikkelde en gebouwde onderzeeboot wél indruk gemaakt. Al was het maar omdat ie prima uit de voeten kan in relatief ondiep water – iets wat maar weinig andere onderzeeërs ‘m nadoen. En dankzij zijn stealth-eigenschappen is hij nauwelijks op te sporen.

Portefeuille leeg

Onderzeeboten worden maar in kleine aantallen gebouwd en gaan lang mee. Een geluk daarom dat de Nederlandse maritieme industrie het niet alleen van onderzeeboten hoeft te hebben. Bedrijven uit ons land tekenen ook voor allerhande andere marineschepen: van fregatten tot mijnenjagers. Voor de Nederlandse marine, maar als het even kan ook voor de export. Ze verzorgen niet alleen het ontwerp en de bouw, maar ook het onderhoud. De afgelopen vijf jaar werden vijf marineschepen opgeleverd. Misschien geen groot aantal, maar het gaat toch over omvangrijke projecten. Vorig jaar waren binnen de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie zo’n 650 bedrijven actief. Daarvan richtten zich er 350 volledig op defensie, waarvan dan weer een kleine dertig zich bezig houdt met de bouw van schepen. Gezamenlijk boden ze werk aan 42 duizend mensen. De omzet kwam uit op zo’n 3 miljard euro, waarvan bijna 1 miljard euro in militair werk. Mooie cijfers, maar hoe lang nog? Want voor het eerst sinds eeuwen is de orderportefeuille van de bedrijven leeg. Al zit er wel het een en ander aan te komen, waaronder de bouw van de Walrus-opvolger. Dan moet Nederland alleen wel de knoop doorhakken voor nieuwbouw.

Vrijwel alle leveranciers van producten die worden genoemd in de infographic hebben meer dan één product in het assortiment. Dat ter illustratie van het verhaal is gekozen voor een foto van een onderzeeboot betekent niet per definitie dat de vermelde bedrijven zich beperken tot leveranties voor dit soort vaartuigen. Damen Schelde Naval Shipbuilding, met hoofdvestiging in Vlissingen, zou overigens de hoofdaannemer van de Walrus-opvolger kunnen worden, de overige bedrijven toeleverancier.

Samenwerking levert innovaties op

Bedrijven uit de Nederlandse maritieme industrie zoals drie FME-leden Thales, Damen en RH Marine (het voormalige Imtech Marine) kunnen hun werk niet doen zonder een intensieve samenwerking met Nederlandse kennisinstituten als TNO en MARIN en de Koninklijke Marine. Maar ook niet zonder andere producenten en dienstverleners uit de sector. Het Dutch Underwater Knowledge Centre (DUKC) speelt hierin een coördinerende rol. Bij de bedrijven die zich hebben aangesloten bij dit kenniscentrum, is veel kennis en kunde aanwezig. De rol van de Koninklijke Marine gaat verder dan alleen die van afnemer. Als launching customer speelt de dienst ook een belangrijke rol als ambassadeur voor de betrokken bedrijven. Want waarom zouden innovaties die goed zijn voor de Nederlandse marine ook niet goed zijn voor de collega’s in het buitenland?

Dit artikel werd geschreven door Frank den Hoed, redacteur Forum bij VNO-NCW.

Bron: FME

Advertisment ad adsense adlogger