Dienstverleners olie-industrie in kritieke toestand

Olie Gas Boorplatform

Van Delfzijl tot Vlissingen liggen ze stil in de havens: schepen die hand- en spandiensten verlenen in de offshore op de Noordzee. Er wordt nauwelijks geboord naar nieuwe gasvelden en de oude velden raken uitgeput. Dus is het aanhoudende, diepe misère in de offshore, met boorplatforms die naar de kades worden gesleept. En volgens S&P zal de malaise nog wel even aanhouden.

Tien van de twintig toeleveranciers aan de olie-industrie hebben bij S&P een kredietoordeel van CCC of nog lager: D, van ‘Default’. Van bedrijven met een CCC kredietoordeel gaat een kwart binnen een jaar failliet. Althans, dat was tien jaar geleden zo. Inmiddels is de rente dusdanig laag, dat ook bedrijven met zo’n wankele kredietwaardigheid zich vaak nog kunnen financieren. Niettemin is CCC alleszins een teken dat een bedrijf er deplorabel voor staat.

Schulden

‘De dienstverlenende industrie zal in kritieke toestand blijven’, als de olieprijs niet stijgt, aldus de kredietbeoordelaar in een woensdag gepubliceerd rapport. ‘Er is overcapaciteit en de balansen zijn zwak’, aldus Simon Redmon, kredietanalist van S&P. Het gros van de bedrijven heeft hoge schulden.

In 2016 daalden de omzetten voor de grote toeleveranciers met meer dan 30%, in 2015 met 25%. Voor komend jaar rekent S&P op een stabilisering van de omzet. Zelfs als de olieprijs opveert, wordt het voor toeleveranciers lastig om er ten volle van te profiteren, stelt S&P. De overcapaciteit in de markt is te groot, en daarnaast hebben bedrijven rücksichtslos gesneden in de kosten. Dus als er al contracten te winnen zijn, gaat dat tegen veel lagere vergoedingen dan vier jaar geleden.

Onrendabel

In de ranglijst van S&P van stonden geen Nederlandse beursfondsen, maar bedrijven als Ocean Rig en Seadrill Partners. De beurskoersen van deze bedrijven zijn gekelderd, vooral doordat grote oliemaatschappijen vanwege de lage olieprijs nauwelijks nog boren naar olie. En dus zijn er geen contracten voor de toeleveranciers.

‘We verwachten dat bedrijven die toeleveranciers zijn voor de olie- en gaswinning op land, zich eerder zullen herstellen dan de toeleveranciers voor de offshore’, schreef Redmon. Vooral oliewinning in het diepe water blijft lastig, stelt de analist. Want daar is de kostprijs voor het winnen van olie hoog. Dus met de lage olieprijs, zijn die miljardenprojecten het snelst onrendabel.

Ontslagen

Ook de Nederlandse offshore is keihard geraakt. Bij SBM Offshore zijn duizenden mensen ontslagen. De beurskoers van Fugro staat rond de €14. Vijf jaar geleden was dat boven de €50. Het aantal helikoptervluchten vanuit Den Helder naar de boorplatforms in de Noordzee is in 2016 uitgekomen op het laagste punt in twintig jaar. Iedereen lijdt.
Iedereen lijdt

Het aantal helikoptervluchten vanuit Den Helder naar de boorplatforms in de Noordzee is in 2016 uitgekomen op het laagste punt in twintig jaar.

En de toekomst van gaswinning in de Noordzee is onzeker. Er wordt gewoon nauwelijks meer gezocht naar nieuwe voorraden. Bedrijven die er toe in staat zijn, proberen de omslag te maken naar windenergie. Daar valt nu het geld te verdienen.

Geen nieuw gas meer

In 2009 waren er nog twaalf zogeheten exploratieboringen. Afgelopen jaar waren dat er drie.

In 2009 waren er nog twaalf zogeheten exploratieboringen op de Noordzee, blijkt uit cijfers van Energiebeheer Nederland, het staatsbedrijf dat een deelneming heeft van 40% in elk gasveld. Met een exploratieboring bekijkt een bedrijf of een gasveld geëxploiteerd kan worden.

Afgelopen jaar waren er maar drie van zulke exploratieboringen, aldus EBN. Er komt dus nauwelijks nog ‘nieuw’ gas bij, uit de Noordzee. Er is geen vervanging, geen nieuwe reserves, voor het gas dat wordt gewonnen.

In enkele jaren tijd zijn de aardgasbaten van EBN gedaald van €6,9 mrd naar €1,2 mrd. Het bedrijf verlegt daarom deels haar focus en gaat zich ook richten op de ontmanteling van oude platforms. Want dat is wél een groeimarkt in de offshore.

Bron: FD

Advertisment ad adsense adlogger